TAFELTENNISBATJES
Tafeltennis wordt gespeeld met houten batjes (in België worden ze meestal palet genoemd). Zie het batje als een tennisracket bij tennis. Het batje bestaat uit een handvat en een plat oppervlak dat aan allebei de kanten is voorzien van rubber. Dit rubber is ervoor bedoeld om het balletje effect mee te kunnen geven. Overigens verkiezen sommige spelers, met name Aziatische met een penhoudergreep, slechts één rubber. Wel dient dan de andere kant van het bat in de 'andere' kleur geverfd te zijn. Er zijn een aantal soorten rubber op de markt: vlakke, platte rubbers en rubbers met noppen erop. Dan heb je hierin nog het onderscheid van de lange en de korte noppen. De lange noppen zorgen ervoor dat het effect van de tegenstander wordt omgedraaid en de korte noppen kunnen een verschillende uitwerking hebben. Ook zijn er rubbers die wel vlak zijn, maar een uitwerking hebben vergelijkbaar met lange noppen. Deze rubbers heten 'anti' rubbers.
Het was lange tijd een gewoonte dat spelers hun batjes kort voor de wedstrijd lijmde. Hierbij werd een speciale lijm kort voor de wedstrijd op het batje gesmeerd, wat de slagsnelheid beïnvloedde. Dit is echter sinds 2007 verboden, want de lijmdampen die hiermee vrijkwamen bleken ongezond te zijn.
